Het verhaal

Volgens de legende uit 1493 is er een verband tussen de Heks van Lettele en “het stenen kruis” op de Eikelhof.
Daarom kreeg de route “De Heks van Lettele” als naam. Lees voor u gaat fietsen eerst verhaal (voor aan uw kinderen).
Dat komt de beleving van de route en alle activiteiten onderweg ten goede.
Het verhaal, dat een bewerking is van de legende kunt u hieronder te lezen en is als printversie donwloaden.
Op de Eikelhof bij Olst staat het Stenen Kruis uit 1493, het jaar waarin het volgende verhaal zich afspeelt……….
Rond die tijd leefde er in Lettele een Heks. Het was een donker tijdperk van list en bedrog, waarin sluwe rovers vochten om geld en macht. De Duivel had de Heks gevraagd om het hart van Pier de Rover te stelen, zijn liefde voor zich te winnen, zodat hij daarna zijn ziel aan de Duivel zou geven.
Om sterke Pier in de val te lokken besloot de Heks van Lettele zich als een jonge vrouw te vermommen. Met een zalf smeerde ze zich in en zo werden haar grauwe, vette haren blond en haar vale, schrompelige huid zacht en blank. Toen Pier het mooie meisje aan zag komen, was hij verrast dat ze niet bang voor hem was, zoals alle jonge vrouwen uit de omgeving, omdat hij een gevaarlijke rover was. Nooit kwam er een meisje in zijn buurt en dat deed hem pijn, want hij wilde graag de liefde van een meisje voelen. De vermomde Heks zag er onschuldig uit en Pier vroeg of hij haar gezelschap mocht houden en beschermen, zodat ze voortaan voor niemand bang hoefde te zijn. Dat paste precies in het sluwe plan van de Heks en van binnen moest zij lachen.

Ze bleef een tijd bij hem en ze werden verliefd, maar op een dag wilde het meisje vertrekken. Toen Pier wilde weten waar ze dan heen ging, zweeg ze.“Je hebt me nooit precies verteld wie je bent,” zei Pier. Toen ze niets wilde vertellen werd Pier achterdochtig. Het meisje vluchtte door de dichte bossen van Averlo door Frieswijk naar Lettele en Pier ging op zijn paard achter haar aan. Bij “’t zwarte hekke” op Averlo haalde hij haar in en vroeg haar of er een andere man van haar hield. Dan zou dappere Pier deze man doden met zijn zwaard, omdat hij haar voor zich alleen wilde. Maar het meisje vertelde dat zij bij de Duivel hoorde en dat ze alleen bij iemand kon blijven die niet bang was voor de Duivel. Pier was met stomheid geslagen, ze was dus een Heks! Maar hij was niet bang voor de Duivel en hield van haar. “Bewijs je liefde maar,” zei de vermomde Heks en riep de Duivel te komen. De duistere avond overviel hen en alles werd roerloos en stil. In zijn vurige gedaante vroeg de Duivel toen aan Pier om zijn ziel na zijn dood aan hem te geven, in ruil voor de liefde.
“Wat moet ik na mijn dood met mijn ziel?” dacht Pier, “ik wil nu de liefde van dit meisje”.Pier wilde er nog wel één nacht over slapen en terwijl hij droomde overlegden de Duivel en de Heks. De Heks zou Pier liefde beloven maar het hem niet geven, want ze hoorde bij de Duivel en samen zouden ze gaan trouwen. De volgende morgen besloot Pier een handtekening te zetten met zijn bloed maar hij vroeg om één genade, één kans. “Wanneer ik zal sterven en iemand zal op mijn graf een kruis zetten, mag ik dan mijn ziel houden?”“Wie zal voor jou, slechterik, ooit een kruis oprichten?” lachte de Duivel gemeen. “De Heks van Lettele houdt toch van mij?
Misschien zal zij voor mij een kruis maken, geef me die kans.” “Goed, als iemand voor jou een kruis opricht mag je je ziel houden,” antwoordde de Duivel. Toen Pier zijn handtekening had gezet, dacht hij de liefde van de Heks te krijgen, zoals ze had beloofd. Maar hij schrok toen de Duivel en de Heks er op een bezemsteel vandoor gingen. De Heks was geen jong meisje meer maar veranderde in de oude lelijke vrouw zoals eerst en lachte Pier uit. Ze vlogen als in een bruiloftsstoet door de wolken, gevolgd door duivels gespuis en heksen.

Vanaf die dag werd Pier woester dan hij ooit was geweest. Hij roofde en stak huizen in brand en niemand was veilig in zijn buurt.
Hij was de rijkste en machtigste rover tot in de verre omstreken van Lettele. Pier had de Heks nooit weer gezien, maar elk blond meisje dat hij tegenkwam in zijn omgeving, kreeg de woede van de rover over zich heen. Op een dag kwamen sluwe Pier en zijn roversbende weer een meisje tegen dat precies op de vermomde Heks leek. Haar naamwas Margien en ze werd door de bende meegenomen en werd slecht behandeld.
Toch werden het meisje en de rover verliefd op elkaar. Op een nacht ging Pier naar haar toe en hield haar hand vast. “Ben je echt niet de Heks?” Margien keek hem met grote ogen aan en vroeg hem hoe iemand met een goed hart zulke slechte daden kon verrichten. “Eens was er een meisje dat op jou leek, op wie ik verliefd werd. Maar ik werd door haar bedrogen. Nooit meer trap ik in de val van die Heks! Maar ik ben bang dat ik gauw zal sterven en mijn ziel aan de Duivel moet geven. Er is echter nog één kans. Als iemand voor mij een kruis op mijn graf zet, zal ik mijn ziel mogen houden,” zei Pier. Toen beloofde zij plechtig een kruis te zullen oprichten omdat zij van hem hield.
Niet lang daarna werd Pier overvallen in de nacht door de Heks van Lettele die zich als jonge ridder had vermomd. Zij doodde hem met haar betoverde zwaard en maakte een heksendans om hem heen terwijl zij heksenliederen krijste. Margien vond de dode rover en bedekte hem met kusjes en tranen. Ze groef zijn graf en met zijn zwaard hakte zij een stenen kruis. Onder het kruis vond Pier de Rover toen uiteindelijk rust, na zijn ellendige leven.
En eeuwig zal hij rusten, want wie het Stenen Kruis op de Eikelhof wil verwijderen zal tot op de dag van vandaag worden gestraft met een vloek die de omgeving hard zal treffen. Alleen de vraag of de Heks van Lettele diezelfde dag stierf of nog steeds rondvliegt blijft ons bezig houden………….

(Vrije vertaling door Saskia Obdeijn naar de beschrijving van J. Cohen, Het Steenen Kruis bij de Eikelhof, 1989)